Een bekentenis: als communicatieprofessional die al ruim vijftien jaar zijn boterham verdient in het vak, heb ik me altijd afgevraagd in hoeverre ik nou een echt vak heb. Met een beetje boerenverstand kom je heel ver in dit vak, was mijn devies altijd. Toch geloof ik de laatste jaren, terwijl communicatie steeds minder van de afdeling Communicatie wordt, steeds meer dat een zware verantwoordelijkheid rust op mij en mijn vakgenoten. Zeker in de publieke sector. Dat komt zo.

Communicatie kun je zien als een ambacht. Een stukje handwerk naar de mensen toe. Je kunt er ook heel gewichtig over doen, over stakeholderanalyses, timing en toonzetting. Maar de essentie blijft toch simpel: zorg ervoor dat we elkaar begrijpen.

De complexiteit zit in de context, niet in de opgave. Neem het huidige migratiedebat. Hoe adviseer je je burgemeester over een bewonersbijeenkomst rond dit gevoelige onderwerp, nadat de gemoederen danig verhit zijn geraakt de afgelopen maanden? Begrip krijgen voor elkaars standpunten wordt lastig als de ruimte (de sporthal!) te groot en onpersoonlijk is, te vol en te warm, of gevuld met schreeuwers die elkaar opjutten. Zou zo’n hersenloze blaaskaak bij een intiem huiskamergesprek over hetzelfde onderwerp ook opstaan en beledigende woorden (‘daar moet een piemel in’) naar zijn Groenlinksige buurtgenoot schreeuwen? Ik denk het eerlijk gezegd niet.

‘Alles draait in ons vak om vermogen tot contact’, zei Guido Rijnja in zijn Galjaardlezing in 2012. Hij maakte daarbij een vrije vertaling van Aristoteles’ pijlers voor de beoordeling van een ontmoeting: logos, pathos en ethos. Ofwel: klopt het (hoofd), overtuigt het (hart) en wat voel ik bij die ander (buik)? ‘Uiteindelijk telt wat je in je buik voelt.’

Dat die woorden nog altijd actueel zijn bewees Wilco Berenschot bij de Galjaardprijs 2015. Om echt contact te maken hoef je geen uitgebreide communicatieplannen te schrijven. De wijkagent in Rotterdam zet gewoon een tafeltje en een paar stoeltjes neer in zijn wijk, een thermoskan koffie en je gaat in gesprek met buurtbewoners. Of een variant die hij toepast: neem je boterhammen­trommel, bel aan bij een willekeurige buurtbewoners en vraag of je je boterhammen aan hun keukentafel mag opeten. Luister naar wat hen bezighoudt. Vertel wat jij eraan kan doen, wat je collega’s doen. En zo ontstaat contact. En wederzijds begrip. Zo simpel kan het zijn.

Berenschot won er vorig jaar een speciale vermelding mee op de Galjaarddag. En ik dacht als jurylid: zie je wel. We hebben helemaal geen vak. Zo’n man doet het gewoon zelf, geen communicatieafdeling voor nodig. Omdat hij het voelt. En anderen het voelen in hun buik hoe hij het aanpakt. Maar inmiddels ben ik daarvan teruggekomen. Wij hebben wel degelijk een belangrijke rol. Zeker in organisaties waarin systemen vaak belangrijker zijn dan mensen (lees: overheids­organisaties), wordt het steeds belangrijker de buitenwereld binnen te halen en begrip te kweken voor standpunten. Alleen op die manier kan echt contact ontstaan. Door onze opdrachtgevers bovendien een context te bieden waarin dat contact echt mogelijk wordt, zijn wij onmisbare experts met een unieke professie.

Jaarlijks komen de pareltjes van overheidscommunicatie voor het voetlicht tijdens de Galjaarddag. Dit jaar wordt die gehouden op 21 april. De mogelijkheid tot inzenden is open. Zend nu jouw casus in op www.galjaarddag.nl. En laat zien hoe innovatief, effectief en inspirerend het contact en de context kan zijn van (semi-)overheidsorganisaties.

Paul Tissingh
Gemeente Rotterdam
@paultissingh